isolement
Uiterlijk
- iso·le·ment
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | isolement | isolementen |
| verkleinwoord |
het isolement o
- afgeschermdheid, zonder contact met anderen of met iets anders
- Hij leefde in een groot isolement omdat hij de taal van de mensen niet kende.
- Poetin heeft met zijn overval alles bereikt wat hij níet wilde: een Oekraïne dat zich, meer dan ooit, heeft samengebald tot één natie (vanaf nu een vijandelijke natie bovendien), een waakzaam en verenigd Europa, een alom aanwezige NAVO aan zijn grenzen, een gigantische politieke en economische schade, een ongekend isolement. [1]
- Het woord isolement staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "isolement" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ www.nrc.nl / Geert Mak: Europa is geen zelfmoordbrigade. Maar ook geen kruidenier
NRC, datum: 19 mrt 2022) - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| isolement | l'isolement | isolements | les isolements |
isolement m
- isolement; het afgeschermd zijn
- afscherming van zaken of personen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ment in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans