inunderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·un·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inunderen
inundeerde
geïnundeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

inunderen

  1. overgankelijk een stuk land onder water zetten
    • De bezetter had de polder achter de Hordijk geïnundeerd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.

Meer informatie