ingezetene

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·ze·te·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ingezetene ingezetenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ingezetene m

  1. een bewoner die over een gelegaliseerde identiteit beschikt.
    • Hij was een ingezetene van IJsland. 
Antoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie