ingebonden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·bon·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
inbinden

ingebonden

  1. voltooid deelwoord van inbinden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.