huilend
Uiterlijk
- hui·lend
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | huilend |
| verbogen | huilende |
| partitief | huilends |
huilend
| vervoeging van: | huilen |
| verbogen vorm: | huilende |
huilend
- onvoltooid deelwoord van huilen
- ▸ Aan zijn biograaf had hij er eerder nog wat bij verteld. Een van degenen die destijds bij hem binnenliepen was "een charmante twintiger", de minnaar van een vrouw die zijn souterrain huurde. Op een dag ontdekte Terlouw dat de man 400 gulden uit zijn bureaula had gepikt. Omdat de man huilend bekende, deed Terlouw geen aangifte.[3]
- ▸ Toen ik begreep dat Stalin gestorven was, keerde ik luid huilend terug naar mama thuis.[4]
- Het woord huilend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Daan Bronkhorst“Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025313562 - ↑ Paul van Tongeren“Nietzsche” (2020), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048529407 - ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS - ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044632767