Naar inhoud springen

huilend

Uit WikiWoordenboek
  • hui·lend
stellend
onverbogen huilend
verbogen huilende
partitief huilends

huilend

  1. het aan het huilen zijn
    • Een huilend kind verstoorde het concert van het symfonieorkest. 
     Hij lag die nacht huilend in bed.[1]
     Als een van hen zijn paard afranselt, zou Nietzsche het dier huilend om de hals gevallen zijn.[2]
vervoeging van: huilen
verbogen vorm: huilende

huilend

  1. onvoltooid deelwoord van huilen
     Aan zijn biograaf had hij er eerder nog wat bij verteld. Een van degenen die destijds bij hem binnenliepen was "een charmante twintiger", de minnaar van een vrouw die zijn souterrain huurde. Op een dag ontdekte Terlouw dat de man 400 gulden uit zijn bureaula had gepikt. Omdat de man huilend bekende, deed Terlouw geen aangifte.[3]
     Toen ik begreep dat Stalin gestorven was, keerde ik luid huilend terug naar mama thuis.[4]
  1. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562
  2. Paul van Tongeren
    “Nietzsche” (2020), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529407
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044632767