houten
Uiterlijk
- hou·ten
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | houten |
houten
- gemaakt van hout
- Deze prachtige houten tobbe wordt geheel compleet geleverd inclusief de houten trap.
- ▸ Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde.[1]
- ▸ Sidderend liet ze zich achterover op de houten tafel vallen, met haar armen boven haar hoofd op het brede, knoestige tafelblad.[2]
- ▸ Ze liet zichzelf in een chique grijze stoel zakken, waarvan de houten leuningen op de snaren van een harp leken.[2]
- Een houten Klaas
een stijve hark van een vent [3]
de houten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hout
- Het woord houten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "houten" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ www.dbnl.org
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Stofadjectief in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %