houten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hout met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen houten

Bijvoeglijk naamwoord

houten

  1. gemaakt van hout
    • Deze prachtige houten tobbe wordt geheel compleet geleverd inclusief de houten trap. 

Zelfstandig naamwoord

houten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hout

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie