houten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hout met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen houten

Bijvoeglijk naamwoord

houten

  1. gemaakt van hout
    • Deze prachtige houten tobbe wordt geheel compleet geleverd inclusief de houten trap. 
     Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde.[1]

Zelfstandig naamwoord

houten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hout

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be