hou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hou

Werkwoord

(informeel)

vervoeging van
houden

hou

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houden
    • Ik hou. 
  2. gebiedende wijs van houden
    • Hou! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houden
    • Hou je? 
     Ik hou nu eenmaal van rituelen en heb door de jaren heen het een en ander overgenomen van de kerken die ik heb bezocht.[1]
Gelijkklinkende woorden

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be