hoort
Uiterlijk
- hoort
| vervoeging van |
|---|
| horen |
hoort
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van horen
- Jij hoort.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van horen
- Hij hoort.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van horen
- Hoort!
- ▸ Een potje schieten hoort er voor de lokale rednecks in de woestijn kennelijk gewoon bij in het weekend.[1]
- ▸ Burgemeester Ron König zegt "buitengewoon trots" te zijn op het team. "Go Ahead Eagles heeft echt voetbal laten zien zoals het hoort te zijn", vindt hij. "Heel Deventer is uitzinnig van blijdschap en terecht! We gaan woensdag het elftal groots onthalen en huldigen."[2]
- Het woord hoort staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Feest barst los in Deventer na winst Go Ahead Eagles: 'We gaan Europa in!'” (22 april 2025), NOS