hoofdschotel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·scho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdschotel hoofdschotels
verkleinwoord hoofdschoteltje hoofdschoteltjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdschotel v / m

  1. (voeding) hoofdgerecht
  2. belangrijkste attractie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.