hoofdband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdband hoofdbanden
verkleinwoord hoofdbandje hoofdbandjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdband m

  1. een lap stof of leer gewikkeld over het voorhoofd
    • Een hoofdband kan een onderscheidingsteken zijn, een modeverschijnsel of gewoon een poging het zweet uit de ogen te houden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.