hoerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoe·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van hoer met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hoerig hoeriger hoerigst
verbogen hoerige hoerigere hoerigste
partitief hoerigs hoerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

hoerig

  1. kenmerken hebbend van een prostituee
    • De lelijke vrouw had zich veel te hoerig gekleed. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.