hijst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hijst

Werkwoord

vervoeging van
hijsen

hijst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hijsen
    • Jij hijst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hijsen
    • Hij hijst. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van hijsen
    • Hijst!