herleidt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·leidt

Werkwoord

vervoeging van
herleiden

herleidt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herleiden
    • Jij herleidt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herleiden
    • Hij herleidt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van herleiden
    • Herleidt!