helfen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • hel·fen
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
helfen
/ˈhɛlfn̩/
half
/half/
geholfen
/ˌɡəˈhɔlfn̩/
volledig

Werkwoord

helfen

  1. overgankelijk (+datief) helpen
    «Kannst du mir helfen
    kan je me helpen?