Naar inhoud springen

hecht

Uit WikiWoordenboek
  • hecht
  • In de betekenis van ‘stevig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1750 [1]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen hechthechterhechtst
verbogen hechtehechterehechtste
partitief hechtshechters-

hecht [2]

  1. innig verbonden, moeilijk van elkaar te scheiden
    • De hechte verbinding die deze lijm verleent maakt het gebruik ervan erg aantrekkelijk. 
enkelvoud meervoud
naamwoord hecht hechten
verkleinwoord hechtje hechtjes

hecht [3] [4] [5] [6] [7]

  1. handvat
  • Het hecht ( of heft) in handen hebben ( of houden)
de baas zijn [8]
vervoeging van
hechten

hecht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van hechten
  2. gebiedende wijs van hechten
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[9]