hanige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ni·ge

Bijvoeglijk naamwoord

hanige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van hanig

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.