gymnastisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gym·nas·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gymnastisch gymnastischer
verbogen gymnastische gymnastischere
partitief gymnastisch gymnastischers -

Bijvoeglijk naamwoord

gymnastisch [1]

  1. bij de gymnastiek horende, als een gymnast


Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen