guipure
Uiterlijk

- gui·pu·re
- uit het Frans [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | guipure | guipures |
| verkleinwoord |
- een vorm van kant met reliëf
- Met afschuw beschrijft hij de Françaises “met gele, roze en mauve haren, weggeschoren wenkbrauwen die vervangen zijn door idioot-dunne penseelstreepjes, ogen in een halo van blauwzwart, alsof er met de vuist op was gebeukt”. Tot zijn ongenoegen geven zelfs oudere dames zich over aan modegrillen: “Matrones op meer dan stervensleeftijd, met gepoederde rimpelgezichten en doffe ogen (-) hun lichte japonnen met kant en guipure omhangen, doen onweerstaanbaar denken aan oude gruyère-kaas vol gaten.” [2]
- Het woord guipure staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "guipure" herkend door:
| 5 % | van de Nederlanders; |
| 9 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ guipure op website: Etymologiebank.nl
- ↑ NRC Birgit Donker 19 juni 1992 met een Citaat uit "Rivièra impressies' van Cyriel Buysse
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be