grootskedebek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
'n Grootskedebek

Afrikaans

Woordafbreking
  • groot·ske·de·bek
enkelvoud meervoud
naamwoord grootskedebek grootskedebekke

Zelfstandig naamwoord

grootskedebek

(vogels) Chionis albus op Wikispecies zuidpoolkip; een vogel die als dwaalgast Zuid-Afrika van april tot juni soms bezoekt en op het Antarctische Schiereiland broedt.
Synoniemen
Amerikaanse peddie