grootscheeps

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·scheeps
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grootscheeps grootscheepser grootscheepst
verbogen grootscheepse grootscheepsere grootscheepste
partitief grootscheeps grootscheepsers -

Bijvoeglijk naamwoord

grootscheeps

  1. op een grootse, radicale manier
    • De grootscheepse veranderingen in de economie zorgde kortdurend voor veel werkeloosheid. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.