gotisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Gotisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·tisch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘naam van een stijl’ voor het eerst aangetroffen in 1717 [1]
  • afgeleid van Goot ?? met het achtervoegsel -isch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gotisch gotischer
verbogen gotische gotischere
partitief gotisch gotischers -

Bijvoeglijk naamwoord

gotisch

  1. met betrekking tot de gotiek
    • Die gotische kerk staat op de Werelderfgoedlijst. 
  2. (van letters) hoekig, opgesierd.
    • Het gotische geschrift kon niet goed vertaald worden. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen