glijvlak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glij·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord glijvlak glijvlakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

glijvlak o

  1. een glibberig hellend vlak
    • Die kleilaag fungeerde als een glijvlak voor de aardverschuiving. 
  2. (wiskunde) een glijspiegelvlak: een isometrie in drie dimensies die gezien kan worden als een spiegeling gevolgd door een verschuiving
    • Er bestaan verschillende glijvlakken die in de Internationale Tabellen aangeduid worden met c, n of d. 
  3. (geologie) vlak waarlangs een afglijding heeft plaatsgehad

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie