geworteld
Uiterlijk
- ge·wor·teld
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | geworteld | gewortelder | geworteldst |
| verbogen | gewortelde | geworteldere | geworteldste |
| partitief | gewortelds | gewortelders | - |
geworteld [1]
- (van neigingen, gewoonten, meningen) verankerd in geest of gemoed en iemands identiteit gevormd hebbend
- Nederland zet ‘gewortelde’ kinderen uit, ‘eerste keer sinds afschaffen kinderpardon’. [2]
| vervoeging van: | wortelen… |
| verbogen vorm: | gewortelde |
geworteld
- Het woord geworteld staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "geworteld" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nrc.nl (22 mei 2025)
- ↑ www.nrc.nl (20 sep 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be