gewijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wijd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van wijden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt
stellend
onverbogen gewijd
verbogen gewijde
partitief gewijds

Bijvoeglijk naamwoord

gewijd

  1. gezegend, geheiligd, waarover de zegen is uitgesproken
    • Vroeger mochten ongedoopte kinderen niet in gewijde grond worden begraven. 

Werkwoord

vervoeging van
wijden

gewijd

  1. voltooid deelwoord van wijden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.