geroosterd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·roos·terd

Werkwoord

vervoeging van
roosteren

geroosterd

  1. voltooid deelwoord van roosteren
stellend
onverbogen geroosterd
verbogen geroosterde
partitief geroosterds

Bijvoeglijk naamwoord

geroosterd

  1. toestand van iets na verhitting in de gloed van het vuur
    Tijdens de barbecue eten wij geroosterd vlees
    Wij eten geroosterd brood bij het ontbijt.