geinig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gei·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gein met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geinig geiniger geinigst
verbogen geinige geinigere geinigste
partitief geinigs geinigers -

Bijvoeglijk naamwoord

geinig

  1. grappig
    • Ik zat net een geinig filmpje te kijken op YouTube. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.