gehad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·had
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gehad
verbogen -
vervoeging van
hebben

gehad niet-adjectivisch voltooid deelwoord van hebben

  1. vormt alleen de voltooide tijden
    • Hij had vroeger een brommer gehad.