gefocust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·fo·cust
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: focussen…
verbogen vorm: gefocuste

gefocust

  1. voltooid deelwoord van focussen
     Hij was een moderne vagebond, continu in beweging en gefocust op het hier en nu.[1]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia