geek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geek
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord geek geeks
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geek m

  1. iemand die gepassioneerd is door wetenschap en technologie
     De volgende ontvanger, Rolf Kok, staat al op de gang te wachten. 'Ja, daar is ie hoor! Wat leuk!' Kok geeft toe een echte Apple-geek te zijn, maar hij had niet zijn wekker gezet om op tijd te bestellen: 'Ik moet altijd vroeg werken, dus toen kon ik mooi de bestelling plaatsen.'[1]
     De campagne ‘Geek de Bibliotheek’ richt zich vooral op mensen in de leeftijd van 18 tot 34 jaar. Deze groep is het minst vertegenwoordigd onder de leden.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Sophie van Oostvoorn “iPhone 6 vannacht al bezorgd in Amsterdam” (26 september 2014), Het Parool
  2. Bronlink Weblink bron “Bibliotheken zoeken lezers” (13-11-2013), Reformatorisch Dagblad