gedrieën

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·drieën, ge·drie·en
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

gedrieën

  1. met het aantal van drie, drie samen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen