gebeefd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·beefd
Woordherkomst en -opbouw

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gebeefd
verbogen -
vervoeging van
beven

gebeefd niet-adjectivisch voltooid deelwoord van beven

  1. vormt de onpersoonlijke lijdende vorm
    • Er werd gebeefd en gekreund. 
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij had een beetje gebeefd.