Naar inhoud springen

geïrriteerd

Uit WikiWoordenboek
  • ge·ir·ri·teerd
vervoeging van: irriteren…
verbogen vorm: geïrriteerde

geïrriteerd

  1. voltooid deelwoord van irriteren
     Ik kon er niet meer tegen dat mijn zoon daar onbeweeglijk lag en dat mijn man zo geïrriteerd was.[1]
     'Er is iets wat je moet weten,' zei ze, geïrriteerd om zijn ontwijkende antwoord.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be