gag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gag
enkelvoud meervoud
naamwoord gag gags
verkleinwoord gagje gagjes

Zelfstandig naamwoord

gag m

  1. een grap in een film
    Die film zal vol met gags, wat hem erg leuk maakte.