foutief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fou·tief
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van fout met het achtervoegsel -ief.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen foutief foutiever foutiefst
verbogen foutieve foutievere foutiefste
partitief foutiefs foutievers -

Bijvoeglijk naamwoord

foutief

  1. op onjuiste wijze uitgevoerd
    • Er staat een foutieve opgave in die tabel. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be