foutgeparkeerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fout·ge·par·keerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
foutparkeren

foutgeparkeerd

  1. voltooid deelwoord van foutparkeren