fonder
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fonder |
fondais |
fondé |
| eerste groep | volledig | |
fonder
- overgankelijk (bouwkunde) grondvesten [1]; funderen; fundament of fundering van een gebouw plaatsen
- overgankelijk (figuurlijk) stichten; grondvesten [2]
- fon·der
| Naar frequentie | 20448 |
|---|
fonder
- nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van fond
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans
- Overgankelijk werkwoord in het Frans
- Bouwkunde in het Frans
- Figuurlijk in het Frans
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 6
- Woorden in het Zweeds met audioweergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Zweeds