follikel
Uiterlijk
- fol·li·kel
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zakje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | follikel | follikels |
| verkleinwoord | - | - |
de follikel m
- (anatomie) zakje, klierlobje, huidkliertje of met vocht gevulde, blaasvormige verhevenheid in het slijmvlies
- Het woord follikel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "follikel" herkend door:
| 77 % | van de Nederlanders; |
| 86 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "follikel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ follikel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 77 %
- Prevalentie Vlaanderen 86 %