fieldwork
Uiterlijk
- field·work
- uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fieldwork | |
| verkleinwoord |
het fieldwork o
- manier om sociologisch onderzoek te doen
- Zoeken, zoeken en zo kwam ik uit op culturele antropologie in Amsterdam. Ik ben supernieuwsgierig, het lijkt me leuk om culturen te leren kennen die heel anders zijn dan wij. Bij fieldwork ga je bij een volk of een stam wonen zodat je een van hen wordt, maar nog wel als buitenstaander kunt observeren en begrijpen. De focus ligt in Amsterdam op visuele antropologie en ik hou erg van documentaires kijken. Na mijn studie wil ik documentairemaker worden of de journalistiek in.” [1]
- Het woord fieldwork staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "fieldwork" herkend door:
| 62 % | van de Nederlanders; |
| 70 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ NRC Joke Mat 3 mei 2019 ‘Ik verdien 200 dollar per week, best veel’
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 62 %
- Prevalentie Vlaanderen 70 %