fibreus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·breus
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fibreus fibreuzer fibreust
verbogen fibreuze fibreuzere fibreuste
partitief fibreus fibreuzers -

Bijvoeglijk naamwoord

fibreus [2]

  1. vezelachtig, bindweefselachtig
     Het mooie is dat Tigenix er in geslaagd is om een marker te ontwikkelen die de optimale kraakbeencellen voor het regeneratieproces identificeert. De kweek gebeurt bovendien op zo'n manier dat het klassieke euvel - cellen die hun "geheugen" verliezen en daardoor suboptimale resultaten afleveren (zoals fibreus kraakbeenweefsel) - voorkomen wordt.[3]

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. fibreus op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Pascal Dendooven “Tigenix beursbelofte voor 2007” (18/11/2006), De Standaard