fezelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·ze·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fezelen
fezelde
gefezeld
zwak -d volledig

Werkwoord

fezelen

  1. inergatief spreken met gedempte stem
    • Zij fezelde tijdens de vergadering iets in mijn oor. 
  2. overgankelijk iets met gedempte stem zeggen
    • Er werd in de zaal heel veel gefezeld. 
Synoniemen

Gangbaarheid

17 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.