familiale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·mi·li·a·le

Bijvoeglijk naamwoord

familiale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van familiaal

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie