factum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fac·tum
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord factum facta
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

factum o [2]

  1. feit of handeling
Uitdrukkingen en gezegden
achteraf
•  De controle komt altijd markt post factum. Voor de regulator moet dat frustrerend zijn. Of hij wordt juridisch teruggefloten of hij kan zijn instrumenten alleen met vertraging inzetten.” [3] 
•  ‘Maar als Theo zelf zegt dat hij wil komen, dan ben ik blij dat hij de kans krijgt om zich te verdedigen’, zei Bracke vanmorgen op Radio 1. ‘Het is uniek in de geschiedenis dat een staatssecretaris post factum moet uitleggen wat hij als staatssecretaris heeft gedaan. Als Theo er evenwel rotsvast van overtuigd is dat hij niets te verbergen heeft en beslist te komen, wie zou ik dan zijn om dat tegen te houden?’ [4] 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen