fabelachtigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·bel·ach·ti·gers

Bijvoeglijk naamwoord

fabelachtigers

  1. partitief van de vergrotende trap van fabelachtig
    • Dat is iets fabelachtigers...