ergonomisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·go·no·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ergonomisch ergonomischer
verbogen ergonomische ergonomischere
partitief ergonomisch ergonomischers -

Bijvoeglijk naamwoord

ergonomisch

  1. betrekking hebbend op de ergonomie

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be