energiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ener·giek
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen energiek energieker energiekst
verbogen energieke energiekere energiekste

Bijvoeglijk naamwoord

energiek

  1. vol persoonlijke energie
    • Hij was duidelijk het energiekste lid van het groepje. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.


Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
energiek energieke energieker energiekste

Bijvoeglijk naamwoord

energiek

  1. energiek