eigene

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·ge·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord eigene -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eigene o

  1. datgene wat typerend is
    • Het eigene van deze streek gaat daarme wel verloren. 
  2. datgene wat eigen bezit is
    • Hij verkocht zowel het huis van zijn ouders als het eigene. 

Werkwoord

vervoeging van
eigenen

eigene

  1. aanvoegende wijs van eigenen