eieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·e·ren

Zelfstandig naamwoord

eieren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ei

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·ers
Naar frequentie 3222

Zelfstandig naamwoord

eieren

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van eier