dubbelklik
Uiterlijk
- Geluid: dubbelklik (hulp, bestand)
- IPA: / 'dʏbəlklɪk / (3 lettergrepen)
- dub·bel·klik
- samenstelling van dubbel en klik
| vervoeging van |
|---|
| dubbelklikken |
dubbelklik
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubbelklikken
- Ik dubbelklik.
- gebiedende wijs van dubbelklikken
- Dubbelklik!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dubbelklikken
- Dubbelklik je?
- Het woord dubbelklik staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.