druiperig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drui·pe·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen druiperig druiperiger druiperigst
verbogen druiperige druiperigere druiperigste
partitief druiperigs druiperigers -

Bijvoeglijk naamwoord

druiperig

  1. bedekt met een vloeistof die druppels vormt
  2. (figuurlijk) zeer sentimenteel

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.