draaide rond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·de rond
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
ronddraaien

draaide rond

  1. enkelvoud verleden tijd van ronddraaien
    • Ik draaide rond. 
    • Jij draaide rond. 
    • Hij, zij, het draaide rond. 


Gangbaarheid